De Historie
De Friese Stabij
(Stabijhoun) komt, zoals de naam al doet vermoeden, evenals de Wetterhoun
van
oorsprong uit Friesland. Vooral in het Woudengebied (het oosten en zuidoosten
van de
provincie) kwam de Stabij rijkelijk voor. Zijn oorsprong moet
waarschijnlijk liggen bij de Spanjoel.
Dit zijn de hondjes die veelvuldig op de
schilderijen van voor 1800 voorkwamen. Vanaf 1800
komt er in de Friese
literatuur voor, dat voor de jacht de Stabij werd verdrongen door de Duitse
Staande honden en de Setters en was er voor de Stabij nog een rol op de
boerderij als ongedierteverdelger.
Hij wordt in de literatuur op dat moment
beschreven als een "sluikharige zwartbonte hond"
met een grote vriendschap voor
kinderen.
Na 1900, in de
crisisjaren, werden er zeer veel mollen gevangen en de grote hoofdrolspeler in
dit gebeuren was de Friese Stabij. De Stabij werd op de transportfiets
meegenomen in de korf die
op de fiets was bevestigd en indien ter plaatse
spoorde de Stabij de mollen op. Als de Stabij de mol
had gelokaliseerd bleef hij
doodstil staan totdat de baas er was. Als dan de mol weer begon te
wroeten, stak
de baas de schop onder de mol en wipte hem zo boven de grond, waarna de
Stabij
het karwei "afmaakte". Als beloning werd de mol geslacht, waarbij de baas het
vel kreeg om
te drogen en te verkopen en de hond kreeg de "inhoud" van de mol.
De Stabij is in
1942 als ras erkend door de Raad van Beheer op Kynologisch Gebied. Een lijst van
raspunten werd opgesteld en in een officiële mededeling van 10 februari 1944
werden er 25 Stabij's
geregistreerd. De Nederlandse Vereniging van Stabij- en
Wetterhounen werd opgericht op 26 april 1947.
De naam Stabij
is waarschijnlijk ontstaan door een combinatie te maken van de
woorden Sta-Mij-Bij, maar dan snel uitgesproken. (dit volgens W. Hoeksema
grondlegger
van de raspunten van de Friese Stabij)